25 mrt Healthy Food Coalition stuurt brief naar Tweede Kamerleden
Op 15 april 2026 vindt het commissiedebat over leefstijlpreventie plaats in de Tweede Kamer. Namens de Healthy Food Coalition (HFC) hebben wij een brief gestuurd aan verschillende Kamerleden, waarin we onze belangrijkste overwegingen en aanbevelingen delen.
Als coalitie willen wij dat gezond voedsel voor iedereen de meest aantrekkelijke keuze is. Om dat te bereiken, richten we ons op het aanpassen van het voedselaanbod.
Lees in de brief hieronder wat we concreet aanbevelen.
Geachte leden van de Commissie Volksgezondheid, Welzijn en Sport van de Tweede Kamer,
Met deze brief wil de Healthy Food Coalition (HFC) u een aantal overwegingen en suggesties meegeven ten behoeve van uw debat op 15 april over leefstijlpreventie.
De Healthy Food Coalition is een groeiend netwerk van voedselproducerende bedrijven die zich inzetten om het aanbod van gevarieerde, niet-ultrabewerkte voeding te stimuleren en op te schalen. Daarmee vertegenwoordigt HFC een beweging binnen het bedrijfsleven die actief werkt aan een structurele verbetering van het voedselaanbod en de beschikbaarheid van gezonde voeding.
Wij zijn verheugd dat in het regeerakkoord expliciet wordt ingezet op preventie en op het gezonder maken van de samenleving. De ambitie om te komen tot de gezondste generatie ooit, en om ongezonde keuzes minder aantrekkelijk te maken, is noodzakelijk en urgent. Door de vergrijzing en de sterke toename van obesitas en andere chronische aandoeningen zullen de zorgkosten zonder structurele verbetering van de voedselomgeving verder blijven stijgen. Effectieve preventie vereist dat gezond voedsel de vanzelfsprekende, aantrekkelijke en betaalbare keuze wordt. Dat vraagt om een structurele verbetering van de voedselomgeving. Aanbieders van voedsel hebben daarbij een grote invloed op wat beschikbaar, zichtbaar en betaalbaar is, terwijl de overheid via regelgeving, prijsprikkels en haar eigen inkoopbeleid richting kan geven aan deze noodzakelijke transitie.
Een belangrijke ontwikkeling in de afgelopen decennia is de sterke toename van ultrabewerkte voedingsmiddelen. Deze producten, die vaak zijn opgebouwd uit industrieel gemodificeerde grondstoffen en geïsoleerde bestanddelen, wijken fundamenteel af van de voeding waarop de menselijke fysiologie zich heeft ontwikkeld. Steeds meer wetenschappelijke studies leggen een verband tussen de consumptie van ultrabewerkte voeding en een verhoogd risico op overgewicht en chronische ziekten, onder meer doordat natuurlijke verzadigingsmechanismen worden verstoord.
Aanbevelingen
1. Onderzoek naar effecten ultrabewerkt voedsel. Wij verzoeken u te bevorderen dat het ministerie van VWS prioriteit geeft aan onderzoek naar de gezondheidseffecten van ultrabewerkte voeding en naar de kenmerken van een gezonde voedselomgeving. Daarbij zou de Gezondheidsraad gevraagd kunnen worden om zo spoedig mogelijk een integraal advies uit te brengen over ultrabewerkte voeding.
2. Beleidsopties om ongezond voedsel te reguleren. De vrijblijvendheid van het Preventieakkoord heeft onvoldoende geleid tot een aanpassing van de voedselomgeving. Structurele verbetering vraagt ook om beleidsmatige randvoorwaarden die gezond aanbod ondersteunen en ongezond voedsel minder vanzelfsprekend maken. Wij verzoeken u te bevorderen dat het RIVM beleidsopties onderzoekt om het voedselaanbod structureel gezonder te maken, inclusief mogelijke vormen van regulering van ultrabewerkte voedingsproducten en -grondstoffen. Op langere termijn zal dergelijke regelgeving naar verwachting mede op Europees niveau ontwikkeld (moeten) worden, vergelijkbaar met bestaande kaders voor additieven en novel foods.
3. Samenwerking met supermarkten en de voedingsindustrie. Wij verwachten van de minister dat ze met de voedingsindustrie en de retailsector concrete afspraken maakt over het versneld verbeteren van het voedselaanbod. Supermarkten hebben via hun assortiment, Healthy Food Coalition www.healthyfoodcoalition.nl Info@healthyfoodcoaltion.nlprijsstelling en promotiebeleid een doorslaggevende invloed op consumptiepatronen. Door gezonde producten structureel beter beschikbaar, zichtbaarder en concurrerend geprijsd te maken, kunnen zij een belangrijke bijdrage leveren aan het verbeteren van de volksgezondheid.
4. Prijzen en prijsopbouw. Het is noodzakelijk dat er onderzoek plaatsvindt naar de prijsopbouw van gezonde en ongezonde voeding. Een aanzienlijk deel van de huidige prijsverschillen is niet direct kosten-gerelateerd, maar hangt samen met distributiemarges en belastingverschillen. Hierdoor ontstaat een structurele prijsachterstand voor gezonde voeding. Door deze verstorende factoren te verminderen kan de consumentenprijs van gezonde voeding aanzienlijk dalen. Dit zal met name voor minder koopkrachtige consumenten een belangrijk effect hebben en tegelijk leiden tot grotere afzetvolumes, waardoor productiekosten verder kunnen dalen en een zichzelf versterkend positief effect ontstaat. We vinden het cruciaal dat de negatieve effecten van ongezond eten (kosten volksgezondheid, verlaagde arbeidsproductiviteit e.d.) geïncludeerd worden in de prijs van voedingsproducten.
5. Gezonde overheidskantines. Door in overheidskantines, zorginstellingen, onderwijsinstellingen en andere publieke voorzieningen bewust te kiezen voor gezond en minimaal bewerkt voedsel, kan de overheid niet alleen een voorbeeldfunctie vervullen, maar ook fungeren als een launching customer. Dit ondersteunt producenten bij het opschalen van gezond aanbod en versnelt de beschikbaarheid van gezonde voeding op meer locaties, met name ook in de out-of-home omgeving.
6. Voorzorgprincipe. Wij verwachten van u een principiële uitspraak of voor nieuw ultrabewerkte voeding – vergelijkbaar met de Novel Food richtlijn – het voorzorgprincipe moet worden toegepast. Omdat ultrabewerkte voeding een recente en grootschalige afwijking vormt van het traditionele voedingspatroon, en omdat langlopend voedingsonderzoek bij mensen complex is, ligt het in de rede het voorzorgsprincipe toe te passen. Dat betekent dat bij fundamenteel nieuwe ultrabewerkte voedingsconstructies de bewijslast primair zou moeten liggen bij het aantonen van hun veiligheid en onschadelijkheid, en niet uitsluitend bij het aantonen van schade achteraf.
Wij stellen het zeer op prijs om deze punten nader toe te lichten en hierover met u in gesprek te gaan.
Met vriendelijke groet, Namens de Healthy Food Coalition,
Drees Peter van den Bosch en Jan Buining.